Het vak Levensbeschouwelijke Vorming wordt gegeven in alle leerjaren. Op het lesrooster staat 1 uur Levo per week op het programma.
We werken in alle leerjaren met de methode ‘Standpunt’. Naast een tekstboek hebben de leerlingen een werkboek, waarin diverse opdrachten staan.
De doelstelling van het vak is dat de leerlingen hun levensbeschouwelijke identiteit ontdekken en ontwikkelen. De leerlingen krijgen inzicht in de levensbeschouwelijke aspecten van de werkelijkheid, belangrijke levensbeschouwelijke stromingen en belangrijke levensbeschouwelijke standpunten met betrekking tot actuele thema’s.
In de methode komen diverse thema’s aan de orde: De levensbeschouwelijke kijk, Het Christendom, Begin van het leven, Wie ben ik, Vriendschap, Islam, Popmuziek, Seksualiteit, Jodendom, Waarden en normen, Schoonheid en uiterlijk, Dood, Relaties, Sport, God, Arm en rijk, Beroepshouding en beroepsethiek. Aan de hand van een groot aantal thema’s krijgen de leerlingen inzicht in de levensbeschouwelijke aspecten die te maken hebben met het leven van alledag en dus ook met hun eigen leven.
Tijdens de les wordt naast het boek ook gebruik gemaakt van beeldmateriaal. Dit wordt gebruikt ter verduidelijking en als verdieping van de leerstof. Er zijn (in een aantal lokalen) computers ter beschikking van de leerlingen om de zogenaamde Z-opdrachten te maken (Dit zijn opdrachten die de leerlingen zelfstandig thuis of op school veelal met de computer kunnen maken.)
De leerlingen krijgen een cijferbeoordeling voor de opdrachten die ze in het werkboek maken. Elk hoofdstuk wordt afgesloten met een toets. Ook daar ontvangen de leerlingen een cijfer voor. Daarnaast krijgen de leerlingen opdrachten die afhankelijk van de aard en de zwaarte ook meetellen voor het rapportcijfer.